Niet doen!

Overlijden van een dierbare0-3 jaarEen kindje is > een jaar overledenNiet doen!

Verzwijgen
Verzwijg het verlies en het verdriet niet, maar maak het bespreekbaar. Wegstoppen van hun verdriet helpt kinderen niet.

Zeggen over het overleden kindje:
“Ze slaapt voor altijd.”
Een peuter kan bang worden om zelf te gaan slapen en nooit meer wakker te worden. Of ze kunnen denken dat papa na jaren ‘slapen’ weer wakker wordt in een dichte kist onder de grond.

“Hij maakt een verre reis en komt nooit meer terug.”
Peuters begrijpen dit niet en voelen zich in de steek gelaten.

“Simon is doodgegaan omdat hij zo ziek was.”
Peuters begrijpen niet het verschil tussen een ernstige en minder ernstige ziekte. Het is belangrijk dat u uitlegt hoe erg de ziekte van Simon was. Anders wordt het kind bang om bij griep of verkoudheid ook dood te gaan.

Schrikken van praktische vragen
Kinderen van deze leeftijd kunnen zich heel veel praktische zaken afvragen. Zo kan een peuter plompverloren vragen of de beestjes onder de grond het klasgenootje nu helemaal op hebben gegeten. Geef kinderen dan ook zo eerlijk en duidelijk mogelijk antwoord op zo’n manier dat u er eventuele zorgen mee wegneemt.

Denken dat ze het wel verwerkt hebben
Peuters hebben nog geen besef van de onomkeerbaarheid van de dood. Ze realiseren zich in eerste instantie niet dat het een afscheid voor altijd is geweest. Het duurt een tijd voordat zij echt beseffen dat een overledene echt nooit meer terug komt. Juist om die reden begint de verwerking vaak pas na een paar maanden of nog (veel) langer daarna. Ze worden groter en het verlies groeit met hen mee. In elke fase komen er weer nieuwe vragen. Ze realiseren zich weer nieuwe dingen.
Praktijken voor Jonge Helden


Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief!

Vind ons leuk op Facebook!
4_6_.jpg

 Het duurt een tijd voordat kleuters echt beseffen dat een overledene echt nooit meer terug komt.